Ayaan, Ellian en de Krijgsheren van Afghanistan | | RISQ Reviews | 11 January 2003 |
|
|
| Author: Forugh Karimi
De discussie rond de islam en de moslims in Nederland heeft een nieuw hoogtepunt bereikt; deze keer nadat Ayaan Hirsi Ali met de dood is bedreigd. Eerder vormden 11 september en de opkomst van Pim Fortuyn aanleiding voor deze discussie. Een discussie die, als het op deze manier doorgaat, geen opheldering zal brengen maar eerder zal bijdragen aan de vergroting van de bestaande kloof.
In de media lijkt de laatste tijd een trend te ontstaan om alleen meningen aan bod te laten komen die als zwart op wit uitgedrukt kunnen worden. Nuances en grijze gebieden zijn niet meer welkom; die zijn schijnbaar niet goed voor de lees- en kijkcijfers.
Zo zien we telkens weer dezelfde ‘deskundigen’ aan het woord--hun namen voorzien van een rij universitaire titels--, die spreken over de islam zonder onderscheid te maken tussen godsdienst en gelovigen. Alsof moslims pure producten zijn van hun geloof en niet, zo als elk ander mens, van een combinatie van factoren waaronder religie maar ook cultuur, historische tijdperk en de sociale omgeving waarin ze opgroeien. Je zou misschien nog kunnen spreken over de Islam als je puur naar de fundamenten van deze godsdienst kijkt, maar dat zegt, op zich, weinig over het doen en laten van moslims in Nederland.
Een verklaring voor de verenging van de discussie tot een oordeel over de Islam kan gezocht worden in de ontstane, verergerde angstsituatie o.a. door recente gebeurtenissen, waarop zowel veel moslims als veel Nederlanders zeer primitief reageren.
Als men angst heeft, voelt men zich onzeker en onbehaaglijk. Er ontstaat een enorme behoefte aan zekerheid en duidelijkheid. Als de angst toeneemt, kan het pathologische vormen aannemen. Om het beter uit te drukken, angst wordt omgezet in een fobie. In medisch-psychiatrische termen wordt fobie gedefinieerd als een aanhoudende, onredelijke en overdreven angst, die uitgelokt wordt door de aanwezigheid van of het anticiperen op een specifiek persoon, voorwerp of situatie. Een overdreven angst voor vreemden (xenofobie) bijvoorbeeld of, iets specifieker, voor moslims en alles wat daarmee wordt geassocieerd. Volgens de meeste, internationaal aanvaarde criteria voor fobieën is de persoon zich zelf - interessant genoeg - bewust van het feit dat deze angst onredelijk of overdreven is. Misschien is dit de kern van het probleem bij de huidige discussies rond de islam. Het is zeer akelig om ergens in het achterhoofd te beseffen dat je eigen gevoel en opvatting overdreven en onredelijk is. Het is prettiger om er zeker van te zijn dat je angst gegrond is. Het is niet voor niets dat aan de ene kant de Imams als spreekbuis van moslimpopulatie en, aan de andere kant, figuren als Ayaan Hirsi Ali of Afshin Ellian het meest serieus genomen worden. Want in angstige situaties kan het bevestigen van de angst zelf een rustgevend effect hebben en zekerheid geven.
Ik hoor Afshin Ellian zeggen dat Islam een ‘cultuur’ is waarin het enige recht van vrouwen is, om gestenigd, mishandeld of uitgehuwelijkt te worden, en ik moet me de krijgsheren van Afghanistan herinneren, die zich precies op deze manier over de westerse cultuur uitspraken. Zij gaven in elk gesprek over de vrijheid en de rechten van vrouwen het voorbeeld van shampoo reclames in de westerse landen. Ze beweerden dat de westerse cultuur niets meer te bieden heeft voor vrouwen dan ze op de commerciële reclames met blote lichamen te laten verschijnen.
De huidige discussie in Nederland wordt sterk beïnvloed door het feit dat men hier zo goed is in het idealiseren van “the underdog”. Vooral als iemand ook nog slachtoffer van een misdrijf of bedreiging is, wordt de kwestie inhoudelijk bijna onbespreekbaar. Het slachtoffer wordt een idool, omgeven door een cirkel van heiligheid. Wat je in de columns en geschreven stukken over Ayaan Hirsi Ali na haar bedreiging leest, is vaak een scala aan mooie en prijzende woorden over haar uiterlijk (Afshin Ellian heeft het zelfs over haar ‘kinderlijke’ stem; het kan zijn dat meneer Ellian haar onschuld hiermee wil onderstrepen), haar wetenschappelijke positie en studie, en er is laatst iemand zelfs ‘intellectueel’ verliefd op haar geworden! In deze “hittegolf” die zeker nu niets nieuws is in Nederland, laat iedereen zich meezuigen. Ayaan Hirsi Ali wordt zo heilig gemaakt dat bijna niemand kritiek op haar durft te uiten. Alsof kritiek gelijk staat aan een steunbetuiging voor diegenen, die haar met de dood bedreigd hebben of op gespannen voet staat met de vrijheid van meningsuiting.
Wat Ayaan Hirsi Ali te melden heeft is dat de islam, gemeten aan bepaalde criteria'' een achterlijke godsdienst kan worden genoemd en dat in de islam een “ volledig scheve verhouding tussen man en vrouw” bestaat. Maar je zou je kunnen afvragen welke godsdienst in de zin van “gemeten aan bepaalde criteria” dan niet achterlijk is? Volg maar even de oude Bijbel volledig letterlijk en zie wat overblijft van wat de mensen nu aan vrijheid kennen? En hoe zit het met de positie van de vrouwen in India, bijvoorbeeld, waar het uithuwelijken van jonge meisjes hoge cijfers kent? Ik steun de strijd voor emancipatie en vrijheid van vrouwen en ben uit mijn land gevlucht voor de religieuze fundamentalisten, onder wie ik als vrouw al mijn rechten moest vergeten. Maar ik vind dat deze strijd, juist omdat het zo belangrijk is, zeer rationeel en met het kiezen van de juiste stappen uitgevoerd moeten worden. Als het misloopt, draagt het alleen maar bij aan het aanwakkeren van de fundamentalistische gevoelens en het emotioneel dwingen van mensen tot het nemen van de vijandige houdingen. Dit werkt alleen maar averechts.
Wat we soms vergeten is dat het over mensen gaat en hun gevoelens. Dat beseft Ayaan Hirsi Ali ook wel. Frits Abrahams eindigt zijn column over haar in de NRC van 20sept (website) met onder andere de volgende woorden: ‘Ik las dat ze nog eenmaal per maand haar moeder in Somalië belt. "Ayaan, je moet trouwen", zegt haar moeder dan, "kinderen krijgen. Lees je wel iedere dag de koran?'' "Ja, mam'', antwoordt ze braaf, want "ik wil haar geen pijn doen, ze is mijn moeder.''…’
Dan weet zij dus wel dat het pijn doet. Een pijn die zij haar eigen moeder niet wil aandoen.
Published on 11 January 2003 by RISQ © Forugh Karimi | www.risq.org All rights reserved.
1556 reads |
| |
|
| |
|
|